Financieringslandschap
Hogescholen kunnen voor praktijkgericht onderzoek putten uit meerdere financieringsbronnen. Het is belangrijk om te begrijpen hoe dit landschap is opgebouwd, want elke financier heeft zijn eigen doelen, doelgroepen en spelregels.
De meeste subsidies voor hbo-onderzoek zijn afkomstig van de overheid; Europees, nationaal of regionaal. Publiek gefinancierde subsidies vallen onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat brengt concrete rechten en plichten met zich mee: de aanvrager heeft recht op bezwaar en beroep, maar is ook gebonden aan strikte rapportage- en verantwoordingsverplichtingen.
De voornaamste publieke financiers voor hbo-onderzoek zijn Horizon Europe (het Europese kaderprogramma voor onderzoek en innovatie), NWO (de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek), Regieorgaan SIA (de primaire financier van praktijkgericht onderzoek aan hogescholen) en ZonMw (financier van gezondheids- en zorgonderzoek).
Daarnaast zijn er meer gespecialiseerde financiers, elk met een eigen focus: Open Science NL (open science-praktijken), de TDCC's (digitale onderzoeksinfrastructuur), NRO via het Comenius-programma (onderwijsinnovatie), Erasmus+ (Europese samenwerking) en het Nationaal Groeifonds (grootschalige innovatie en digitalisering).
Naast publieke subsidies zijn er private fondsen: stichtingen of vermogensfondsen die vanuit eigen middelen onderzoek of projecten ondersteunen. Zij zijn niet gebonden aan de Awb en werken met eigen criteria en procedures. Private fondsen zijn doorgaans geschikt voor kleinere bedragen en kortere doorlooptijden. Ze bieden meer flexibiliteit, maar ook minder zekerheid dan publieke regelingen.
In de hbo-onderzoekswereld wordt ook gesproken over geldstromen. De eerste geldstroom is de directe rijksbijdrage aan de hogeschool (structurele bekostiging). De tweede geldstroom betreft subsidies via NWO en SIA. De derde geldstroom betreft inkomsten van bedrijven, fondsen en andere externe partijen. Voor de meeste subsidieaanvragen gaat het om de tweede of derde geldstroom.
Hoe kies je de juiste financier?
Met zoveel financieringsmogelijkheden is het niet altijd eenvoudig om de juiste keuze te maken. Een paar vuistregels helpen daarbij.
- Gaat het om praktijkgericht onderzoek met een duidelijke praktijkvraag en consortiumpartners?
In dat geval is SIA de primaire financier. - Heeft het onderzoek een zorg- of welzijnscomponent?
Kijk dan ook naar ZonMw. - Staat open science, datamanagement of digitale infrastructuur centraal?
Bekijk dan Open Science NL en de TDCC's. - Is er een Europese of internationale dimensie?
Dan zijn Horizon Europe en Erasmus+ relevante kanalen. - Gaat het om onderwijsinnovatie die direct gekoppeld is aan de onderzoekslijn?
Dan kan het Comenius-programma via NRO interessant zijn.
Een combinatie van financieringsstromen is ook mogelijk. Private fondsen of een verkennende KIEM-subsidie kunnen als opstap dienen naar een groter RAAK- of ZonMw-project. En TDCC- of Open Science NL-financiering kan parallel lopen aan een SIA-project als het gaat om de data-infrastructuur van dat project.
Strategie
Een veel gehanteerde aanpak is om klein te beginnen: gebruik een privaat fonds of een verkennende regeling voor een pilot, en vraag op basis van de resultaten een grotere publieke subsidie aan voor opschaling.